Geschiedenis 

In 1767 was het de Zwitsers Gardeofficier Frederich May (von Klissen) die een verzoek indiende bij de toenmalige Grootmeester Nationaal, om bevoordeeld te worden met een wettig verleende constitutiebrief. De Logenaam werd L’Inséparable en zij zou zich onderscheiden met “de Karmozijn Coleure”.

 

De oprichter, F. May, was in dienst van de Hoogmogende, de Heeren van Holland, om de dreiging van zuidelijke troepen te weerstaan. Hij trouwde met een puisant rijk erfgename uit een oud Bergs geslacht. Tijdens hun huwelijk woonden zij in de Engelsestraat. Met het 230 jarig bestaan van de Loge werd het huidige Logegebouw in gebruik genomen. Het is gelegen recht tegenover de plaats waar eens de Loge werd opgericht. De Loge L’Inséparable heeft een lange maar ook moeilijke geschiedenis achter de rug. In 1967 is een boekje uitgegeven ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van de Loge. In het voorwoord werd het destijds als volgt samengevat:

“Dat vele Loges in het Zuiden van ons land, gesticht in de tweede helft van de 18e eeuw, het Licht brandende hebben kunnen houden, vroeg en vraagt nog steeds offers. Ook onze A:.L:. (Achtbare Loge, red. ) L’Inséparable’, steeds kampende met een gering aantal leden, heeft moeilijke perioden gehad.”

en

“Deze eenvoudige uitgave is geenszins bedoeld als een geschiedkundig overzicht van het 200-jarige bestaan; daarvoor zijn te veel registers en brievenboeken, die door de toenmalige geheimschrijvers mede naar huis werden genomen, zoek geraakt. Terwijl het nog bestaande in 1940 vernietigd is geworden.”

 

Veel van onze geschiedenis is in de loop der eeuwen verloren gegaan. De grootse verliezen leden wij toen in 1940 de Duitsers ook òns Logegebouw bezetten. Het gebouw werd hoofdkwartier van de NSB en met vele documenten verdwenen bijna alle logebezittingen. Onder de leden leeft nog steeds de stille hoop dat ooit uit een archief logestukken op zullen duiken. We zijn zuinig op wat we nog hebben en richten ons op de toekomst. Ondanks onze verliezen en de moeilijke tijden, hebben deze gebeurtenissen wel de Loge gevormd en zijn zij deel geworden van onze geschiedenis.

Net als de jubileumuitgave uit 1967 niet volledig kon zijn, willen wij ook hier geen volledig geschiedkundig overzicht presenteren. Het is slechts een schets uit de rijke geschiedenis van onze Loge.

 

Loge gebouw

In 1926 kocht de Amsterdamsche Bank N.V. in de Engelsestraat een tweetal percelen aan. De familie van Hasselt exploiteerde daar een kleine bank; de Luyks van Hasseltbank.

Het pand heette “Witte Roose”. Alle aan- en bijgebouwen werden afgebroken en de Amsterdamsche Bank liet er, voor die tijd, modern bankgebouw met bovenwoning bouwen, in Expressionistische stijl, gerelateerd aan de Amsterdamse school,

met Nieuw-Zakelijke elementen, het interieur in Art Déco. Het ontwerp was van

B. J. Ouendag en P. de Nijs, beide architecten in de Expressionistische stijl.

Johan Ouendag was ook verantwoordelijk voor het Hoofdgebouw van de Bank van Amsterdam en diverse bijgebouwen in andere plaatsen. Naast de Art-Deco elementen in het interieur zijn sporen uit die tijd nog duidelijk zichtbaar: de geldkoker, de balie, de kluis in de kelderruimte. 

Kenmerkend voor deze stijl is het gebruik van veel machinale baksteen in zowel de constructie als in de versiering. Ook kenmerkend voor deze stijl, en terug te vinden in ons gebouw, zijn de zogenaamde laddervensters. De gevel is asymmetrisch. Achter het tweelaagse brede deel lag het kantoorgedeelte. In het midden bevinden zich daar drie getraliede keldervensters, vervolgens een reeks van zeven bandvensters. Gescheiden door een hardsteen lijst volgen direct drie brede vensters, deels nog met ijzeren kleine roedenverdeling. Een brede latei overspant deze hoge vensters, waarvan het middelste het breedste is. 

Achter deze dubbele vensterpartij bevindt zich de vroegere kantoorruimte. De verdieping hierboven bezit weer zeven langwerpige schuifvensters. De rechterdeur geeft toegang tot de bovenwoning, met op de eerste etage een staand raam en een vierlichts raam, en daar boven drie vensters. Het hoge rechtergedeelte is monumentaal vormgegeven.

https://lirp-cdn.multiscreensite.com/60136718/dms3rep/multi/opt/SENG042-400w

Het Art-Deco interieur is goed bewaard gebleven en deels gerestaureerd. De vloer van de intree is voorzien van gemêleerde vloertegels in vlechtpatroon. De ruimte hierachter en hiernaast heeft een hoge betegelde lambrizering in zwart, groen en gemêleerd in Art Déco-vormen. Ook de grote balie links achter is geheel betegeld. Nissen en hoeken tonen waar eens loketten en dergelijke waren.

Nadat de Amsterdamsche Bank bijna dertig jaar het gebouw in gebruik had gehad en het na een periode van bijna tien jaar leeg had gestaan, werd het gebouw als sportschool in gebruik genomen. Jarenlang zijn zwembad en sauna gesitueerd in ruimtes waar nu de rituele arbeid wordt verricht. Na korte tijd dienst gedaan te hebben als lunchroom en esoterisch centrum, werd het pand in 1996 aangekocht door Loge L’ Inséparable.

https://lirp-cdn.multiscreensite.com/60136718/dms3rep/multi/opt/SENG027-400w

Door zelfwerkzaamheid van veel leden is het gebouw gebruiksklaar gemaakt voor de activiteiten van de Vrijmetselarij. In 1997 is bij de viering van het 230 jarig bestaan van onze Loge, het pand door de toenmalige burgemeester Mevr. Ans van de Berg officieel geopend als Logegebouw. Het Logegebouw heeft inmiddels de monumentenstatus verkregen.

Wie de loge nu binnentreedt, komt eerst in de centrale hal waar nog veel Art-Deco stijlkenmerken te vinden zijn. De oude bankbalie is nog duidelijk herkenbaar en doet dienst als bar. De oorspronkelijke tegelvloer is nog in prima staat en ook op de wanden zijn nog oorspronkelijke tegeltjes terug te vinden. In de grote bankkluis is thans een klein maçonniek museum ingericht. Evenals het gebouw is dat ook voor niet-vrijmetselaars toegankelijk op de eerste zondagmiddag van de maand.

Er is dan tevens een boekenmarkt.